Een droom over kunstenaars

Kunstenaars,

(leest als een fabel)
Er zijn kunstenaars geweest,
die ver over de grenzen zijn getrokken,
naar landen met overvloedig licht.
Maar ze vergaten hun zonnescherm mee te nemen,
waardoor ze een zonneslag kregen.
Of ze lieten zich bekoren door het licht
op het welig wiet op de rand van veraf gelegen wegen,
waardoor ze soms verdwaalden op ranzige zijwegen.
Sommigen vonden daar de beker des overvloed
maar ze konden er niet van eten,
waardoor de aasgieren hun slag konden slaan.
Anderen storten recht in een ravijn
omdat kunst dansen is op de smalle koord
over de grenzen van evenwicht.
Nog anderen vonden er het lief van hun leven,
waardoor hun kunst verwaterde
in een beek naar het tranendal,
waaruit straf spul is te distilleren
zodat men zich kan bezuipen
tot de geest zodanig gelooft
dat men een echte kunstenaar is…

en ik…

Ik zoek nog mijn weg…. (voor het te laat is)

Of zoals een Chinees spreekwoord zegt: “De weg zelf is het doel”